Hoe begon het?
Na de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) ging het slecht met Duitsland. Veel mensen hadden geen werk en weinig geld. Ze waren boos en zochten iemand die beloofde dat alles beter zou worden.
In 1933 kwam Adolf Hitler aan de macht. Hij was de leider van de nazi's. Hij wilde dat Duitsland heel groot en machtig werd, en hij vond dat sommige groepen mensen minder waard waren, zoals Joden. Dat was niet waar, en het was gevaarlijk.
Hitler veroverde eerst Oostenrijk en een deel van Tsjecho-Slowakije. Toen het Duitse leger op 1 september 1939 Polen binnenviel, zeiden Groot-Brittannië en Frankrijk: nu is het genoeg. Twee dagen later verklaarden ze Duitsland de oorlog.
Wie vocht tegen wie?
Er waren twee grote groepen landen.
De Geallieerden
De landen die tegen Hitler vochten.
- Groot-Brittannië, met Winston Churchill
- De Verenigde Staten, met Franklin Roosevelt (vanaf eind 1941)
- De Sovjet-Unie, met Jozef Stalin (vanaf 1941)
- Frankrijk, Polen, Canada en vele anderen
- België, met een regering in Londen
De As-mogendheden
De landen die samen met Hitler oorlog voerden.
- Duitsland, met Adolf Hitler
- Italië, met Benito Mussolini
- Japan, met keizer Hirohito
De tijdlijn
Klik op een jaar. Wat in België gebeurde, heeft een geel label.
België in de oorlog
Hoe was het om hier te wonen toen de Duitsers het land bezet hadden?
De Achttiendaagse Veldtocht
Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger België binnen. Het Belgische leger vocht achttien dagen lang. Op 28 mei gaf koning Leopold III zich over. Daarna was België bezet: Duitse soldaten bepaalden wat er gebeurde.
Voedselbonnen
Er was te weinig eten. Iedereen kreeg bonnen. Daarmee mocht je maar een klein beetje brood, boter, vlees of suiker kopen. Wie meer wou, moest naar de zwarte markt, waar alles heel duur was.
De verduistering
Vliegtuigen mochten 's nachts geen licht zien. Daarom moest iedereen zijn ramen afplakken met donker papier of zware gordijnen. Op straat brandden geen lantaarns.
Het leven van kinderen
Kinderen gingen gewoon naar school, maar het was koud omdat er weinig kolen waren. Veel papa's zaten in een krijgsgevangenkamp in Duitsland. Kinderen speelden met knikkers en zochten soms naar stukjes van neergestorte vliegtuigen.
De Bevrijding
Op 3 september 1944 reden Britse tanks Brussel binnen, een dag later Antwerpen. Mensen dansten op straat, zwaaiden met vlaggen en gaven de soldaten bloemen en bier. Kinderen kregen voor het eerst kauwgom en chocolade van de soldaten.
De Slag om de Ardennen
In december 1944 deden de Duitsers nog één grote aanval, in de besneeuwde bossen van de Ardennen. Bij de stad Bastenaken (Bastogne) hielden Amerikaanse soldaten dapper stand. Na een maand was de aanval mislukt.
Echte helden uit België
Sommige mensen werkten in het geheim tegen de Duitsers. Dat noemen we het verzet.
Het Twintigste Konvooi
In april 1943 vertrok een trein vol Joodse mensen uit Mechelen, op weg naar een kamp. Drie jonge vrienden, Youra Livchitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon, hadden maar één pistool en een rode lamp. Ze zetten de lamp op het spoor bij Boortmeerbeek. De trein stopte! Ze openden een wagon en mensen sprongen eruit. Zo werden heel wat levens gered.
Andrée De Jongh en de Comète-lijn
Andrée was een jonge vrouw uit Schaarbeek. Als een geallieerde piloot boven België werd neergeschoten, hielp zij hem ontsnappen. Ze bracht piloten te voet over de Pyreneeën naar Spanje. Haar groep, de Comète-lijn, redde honderden piloten.
De sluikpers
De Duitsers bepaalden wat er in de kranten stond. Dappere mensen drukten daarom stiekem hun eigen kranten met het echte nieuws, en verspreidden ze in het geheim. Als ze betrapt werden, gingen ze naar de gevangenis.
Anne Frank en de Holocaust
Dit is het moeilijkste deel van het dossier. Praat er gerust over met je mama, papa of juf.
De nazi's haatten Joodse mensen. Joden moesten een gele ster op hun kleren dragen, mochten niet meer naar school of naar het park, en werden later weggevoerd naar kampen. Daar werden ongeveer zes miljoen Joden vermoord. Dat noemen we de Holocaust. We leren erover zodat zoiets nooit meer gebeurt.
Anne Frank was een Joods meisje dat in Amsterdam woonde. Toen ze 13 was, ging haar familie zich verstoppen in een geheime ruimte achter de werkplaats van haar vader: het Achterhuis. Ze woonden daar ruim twee jaar en mochten overdag bijna geen geluid maken. Anne schreef alles op in haar dagboek.
In 1944 werden ze verraden en gevonden. Anne stierf begin 1945 in een kamp. Haar vader Otto overleefde en liet haar dagboek uitgeven. Nu lezen kinderen over de hele wereld wat Anne schreef.
Geheime woorden
Klik op een kaart om te zien wat het woord betekent.
Ben jij een echte geschiedenisdetective?
Acht vragen. Alles wat je moet weten, staat in dit dossier.
Op uitstap met het gezin
Op deze plekken in België kun je zelf meer ontdekken.